Korte geschiedenis van de Congregatie

 

Oprichting

Scala: Stichtingsplaats van de redemptoristenOp 9 november 1732 vormden in Scala, een kleine plaats in het achterland van Napels, vier priesters en één leek een groepje missionarissen, die zich om de zielzorg van de arme plattelandsbevolking in de nabijgelegen bergen wilde bekommeren. Het groepje stond onder leiding van de priester Alfonsus van Liguori. Tijdens een ontspannende vakantie in deze omgeving leerde Alfonsus de verwaarlozing van de zielzorg voor de bergbewoners kennen: vaak hadden deze arme mensen niet eens een priester om hun de sacramenten toe te dienen en het Woord van God te verkondigen waardoor bij gebrek aan zielzorg veel van deze mensen zonder ook maar de eenvoudigste mysteries van het geloof te kennen, stierven. “Want priesters, die zich specifiek op het geestelijk welzijn van deze arme mensen richten zijn er niet veel”, schrijft Alfonsus aan paus Benedictus XIV in 1748. Alfonsus werkte tot dan toe in Napels. Daar waren meer dan 3000 geestelijken en circa 4500  religieuzen in 104 kloosters. Het verschil tussen de door zielzorg overspoelde stad en het arme en verwaarloosde bergland had hem zo geraakt dat hij de stad verliet en zijn leven en werk geheel in dienst van deze arme en vergeten bevolkingsgroep stelde. De stichting van de redemptoristen is een spontane en directe reactie op de noden van een bepaalde bevolkingsgroep. Deze spontaniteit en urgentie heeft de Congregatie sterk gevormd en leeft tot op heden in haar spiritualiteit door.

 

De stichter/oprichter

De stichter: Alfons M. de LiguoriAlfonsus van Liguori (1696 – 1787) stamde uit een oud Napolitaans adellijk geslacht. Zijn vader had een prachtige carrière voor hem gepland en hij kreeg daarvoor ook de beste opleiding. Toen hij zestien jaar was, was Alfonsus al doctor in de rechtsgeleerdheid en was hij al snel een veelgevraagd advocaat in Napels.

Dan hoort hij in 1723 in het ziekenhuis voor de ongeneselijke zieken de stem van God: “Verlaat de wereld en geef jezelf aan mij!”. Hij verlaat de wereld van de adel, rijkdom en carrière en wordt priester. In Napels wijdt hij zich bij voorkeur aan de Lazzaroni, de arbeidersklasse van de grote stad, en de kleine man. Hij wordt een graag gehoorde en veel gevraagde predikant en biechtvader, totdat hij de arme bergbevolking ontmoet, die vanaf dan deel uitmaakt van zijn leven. De consequente afkeer van datgene wat voor hem de ´wereld´ was, van pracht en praal, maatschappelijke voortrekkerij en aanzien en de voorliefde voor de armen en de kleine mens zijn uitgesproken kenmerken van zijn spiritualiteit.

Ondanks zijn grote muzikale talenten als dichter, componist, schilder en architect deed hij zich voor de mensen gewoon voor en sprak hij in eenvoudige taal, zodat arme en niet geschoolde mensen door zijn woorden een toegang tot het Evangelie konden vinden. Ook toe hij gedwongen werd om bisschop te worden (1762 – 1775 in Sant’ Agata dei Goti), hield hij zich aan zijn eenvoudige manier van leven, hetgeen in die tijd erg buitengewoon was. Hij voerde geen hofhouding, maar stelde zijn huis open voor kinderen en behoeftige mensen en stond persoonlijk ter beschikking voor iedereen die raad vroeg en in nood verkeerde. Door deze houding hield het volk van hem en in zijn vaderland is Alfonsus ook nu nog een populaire en vaak vereerde Heilige: in 1839 werd Alfonsus van Liguori heilig verklaard.

Ook buiten de grenzen van zijn Napolitaanse vaderland is Alfonsus door zijn theologische, maar bovenal door zijn moraaltheologische geschriften bekend geworden. Met zijn boeken had hij nauwelijks wetenschappelijke pretenties, veeleer wilde hij zijn medebroeders helpen en richtlijnen voor praktische zielzorg aanreiken. Tegenover de destijds geldende strengheid over de opvattingen van de moraal en boetedoening stelde hij het vertrouwen in de liefde en barmhartigheid van God, die er voor alle mensen is. Zijn uitgangspunt formuleerde hij zelf als volgt: “Het is een zonde  het observeren van Gods geboden slapper te interpreteren dan terecht is. Maar het is geen kleiner euvel om het juk van God moeilijker te maken dan noodzakelijk is. Al te grote gestrengheid sluit de weg naar het heil af” (Theologia Moralis, 1). In 1871 werd Alfonsus benoemd tot Doctor van de Kerk (Kerkleraar) en in 1950 werd hij tot patroon van de biechtvaders en moraaltheologen verklaard.

 

Het begin

Het begin van de redemptoristen moet men bescheiden, vaak zelf beschamend noemen: De eerste volgelingen/medebroeders verlieten Alfonsus al weer snel en nieuwelingen sloten zich slechts aarzelend aan. De kleine gemeenschap groeide maar heel langzaam. De overheid maakte problemen bij het erkennen/toelaten van de nieuwe gemeenschap en bemoeide zich zelfs met het opstellen van de Regel. Deze werd tenslotte in 1749 door Paus Benedictus XIV erkent (nadat zij ook door de pauselijke instanties nog eens helemaal herzien was). De congregatie bleef echter tot 1790 geconfronteerd met tegenstand vanuit de staat. Toen Alfonsus op 91-jarige leeftijd in 1787 stierf, waren er om politieke redenen twee gescheiden takken van de Congregatie: één in het Koninkrijk Napels en één in de toenmalige Kerkelijke Staat (Rome).

Waarschijnlijk deelde de kleine gemeenschap het lot van veel andere nieuw opgerichte stichtingen (instituten) in deze tijd en zij zou aan de vergetelheid ten prooi  zijn gevallen, als niet de eerste niet-Italiaan, Clemens Maria Hofbauer uit Tasswitz in Moravië  op deze gemeenschap was gestoten. In 1784 was hij in Rome tot de Congregatie toegetreden. Hij reisde door half Europa, probeerde nieuwe vestigingen te stichten, kreeg zeer regelmatig met tegenslag te maken, werd verdreven en vervolgd. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in Wenen, waar hij als pastoor in de grote stad, omgeven door een kring van Weense Romantici aan de vernieuwing van het geloof werkte.

Op zijn sterfbed kreeg hij in 1820 het bericht dat de Keizer de Congregatie in het Oostenrijkse Rijk toegelaten had. Onmiddellijk na zijn dood meldden zich 27 jonge mannen in Wenen aan voor toetreding tot de Congregatie. De basis voor de wereldwijde verspreiding was geschapen.