H. Clemens M. Hofbauer 

 

Vroege jeugd

Clemens M. Hofbauer

 

Te Tasswitz in het hedendaagse Tsjechië werd Johannes Hofbauer geboren op 26 december 1751, als negende kind van het gezin..

Zijn moeder was van eenvoudige boerenafkomst. Zijn vader was slager van beroep. Als Hans zeven jaar is, sterft zijn vader. Zijn diep-godsdienstige moeder wijst nu haar zoontje op het kruisbeeld en zegt: "Voortaan zal Hij je vader zijn." Het werd een zware tijd voor zijn moeder om met twaalf kinderen door het leven te komen. Veel is er uit die tijd over Hans niet bekend. Hij bezocht de school en was ook misdienaar in de dorpskerk. Toen Hij acht jaar was hoorde hij eens iemand spreken over tijdverdrijven. Hij vroeg zijn moeder wat dat woord betekende. Na de uitleg was hij ontdaan en zei: "Als die mensen niets te doen hebben, dan moeten ze maar bidden". Al vroeg maakte Hans zijn verlangen bekend eens priester te mogen worden. Toch zou hij een half mensenleven lang moeten vechten om dit levensdoel vervuld te zien.

 

Bakker en werkstudent

 

Clemens2

Graag had moeder Hofbauer haar zoon de kans gegeven om te studeren, maar ze kon het niet bekostigen. Hans moest zijn ideaal wel opgeven en een vak leren. In het dichtbij gelegen Znaim werd hij bakkersknecht, kwam er in een echt goed gezin en leerde daar het vak. Na de arbeid ging het er vrolijk aan toe en er werd veel gezongen. Het zó van het blad zingen kwam Hofbauer in zijn verder leven goed van pas. Na twee jaar maakte Clemens een voetreis naar Rome. Na deze bedevaart werd hij werkstudent in de abdij Klosterbruck, dicht bij zijn geboorteplaats Tasswitz. Daar werkte hij in de bakkerij en mocht na het werk studeren. Omdat het hem niet lukte priester te worden, nam Hans het besluit kluizenaar te worden. Eerst in de buurt van zijn geboortedorp, later te Tivoli bij Rome. In die tijd was het leven als kluizenaar een door de Kerk goedgekeurde wijze van leven. De bisschop in Tivoli wees de kluis aan, gaf hem de kluizenaarsnaam 'Clemens' en reikte pij en cingel over.

Later zal hij deze tijd de gelukkigste van zijn leven noemen. In de stilte heeft hij veel kracht opgedaan voor zijn verdere leven. Maar zijn eigen werkzame natuur heeft de juiste weg nog niet gevonden. In 1799 is hij weer terug in Wenen als bakker. Tegelijk volgt hij een katechese-cursus in de Annagasse. Clemens wacht op de juiste weg.

 

Eindelijk priester

 

Clemens3

Door weldoensters in staat gesteld kan hij in 1780 gaan studeren aan de Universiteit. Maar het was de tijd van het Jansenisme. Tijdens een van de lessen hoorde hij de professor iets verkondigen wat in strijd was met de Katholieke leer. Clemens stond op en zei: "Professor, wat u daarjuist zei, is niet Katholiek". Daarna verliet hij de zaal. In 1784 ondernam hij met zijn vriend en studie-genoot Hübl opnieuw een voetreis naar de eeuwige Stad. Daar maakten zij kennis met de kloosterorde van de Redemptoristen. Zij melden zich aan en worden beiden aan-genomen als lid van de orde. Zij maken het Noviciaat en krijgen aanvullende studie. Een jaar later op 29 maart 1785 eindelijk mogen beiden de H. Priesterwijding ontvan-gen te Alatri (Zuid-Italië). Het was een zeer lange weg geweest om dit ideaal te kunnen bereiken. Hofbauer was nu 34 jaar en de helft van zijn leven was voorbij.

 

Apostel van Polen (1786-1808)

 

Clemens4De tweede helft van zijn leven wordt één lange en moeilijke weg om de kloosterorde van de Redemptoristen aan deze kant van de Alpen te vestigen. Clemens en Hübl vertrekken uit Italië. Ze proberen vaste voet te krijgen in de stad Wenen. Als dat niet lukt gaan zij samen op weg naar Polen. Onderweg bezoekt Clemens het graf van zijn goede moeder in Tasswitz. Nu begint dat wonderbaar stuk van zijn leven in de hoofdstad van Warschau, waar hij in het kerkje Sint-Benno 22 jaar onvermoeid zal werken. Ze krijgen een huis waar het water van de muren druipt, zodat ze op een tafel moeten slapen. De mensen komen uit heel Polen naar Sint-Benno toe. Het wordt één grote nooit onderbroken missieprediking: vier preken per dag in het Pools en in het Duits, godsdienstonderricht, H. Mis, vesperdienst en avondgebed. Bij dit dagelijks program kwamen nog de zorgen voor huishoudscholen, weeshuizen en andere scholen en voor de priesters, die hij rond zich verzamelde

 

Hopeloos zwarte dagen

 

Tussen het werk door probeert Clemens elders in Europa kloosters van de orde te stichten, vooral in Zwitserland en in Zuid-Duitsland. Deze pogingen mislukten de een na de ander. Nog hopelozer wordt het voor hem als enkele van zijn beste medewerkers hem verlaten. Vooral is hij bedroefd als Hübl sterft, zijn beste vriend. De zwartste dag van zijn leven komt echter op 20 juni 1808 wanneer zijn klooster te Warschau door het bewind van Napoleon wordt opgeheven, zijn medebroeders naar alle kanten worden verstrooid en hij-zelf op een rijtuig wordt gezet en uit Polen verdreven. Zijn levenswerk is voorgoed vernietigd.

 

Apostel van Wenen (1808 - 1820)

 

Clemens5In Wenen teruggekeerd wordt Clemens eerst kapelaan aan de Minoritenkerk en in 1813 Rector van de zusters Ursulinen in de Jo-annisgasse. Clemens begint met moed en vertrouwen te werken. Er mocht in die tijd nauwelijks nog gepreekt worden in Wenen. Toch preekt hij weer iedere zondag, hoort soms dagenlang biecht, bezoekt zieken tot ver in de buitenwijken; hij bemoedigt angstige en zwaarmoedige mensen, brengt ongelovigen en afgedwaalden weer terug tot de Kerk. Hij laat zich iedere dag om half vijf 's morgens wekken door de nachtwacht om de eerste uren van de dag te kunnen besteden aan het gebed.

 

Met een zinspeling op zijn vroeger beroep van bakker zegt hij: "In die vroege uren wordt het brood voor de nieuwe dag gebakken. Het oude brood smaakt niet meer". Rondom zich verzamelde Hofbauer kringen van studenten, geleerden en kunstenaars, die als lekenapostelen het geloof in hun omgeving verder uitdragen. Door deze geweldige activiteit in de laatste zeven jaren van zijn leven oefent Clemens die grote invloed uit op heel de stad en ver daarbuiten, die hem gemaakt heeft tot de apostel van Wenen. Hij bracht er het geloof weer tot leven. Clemens was er voor allen: voor politici en adel, voor armen en kleinen, voor geleerden en kunstenaars, voor kinderen en studenten, voor priesters en religieuzen, voor zieken en gezonden. Hij werd alles voor allen.

 

Zijn werk voltooid

 

Clemens6Na een pijnlijke ziekte stierf Clemens op 15 maart 1820. Zijn laatste gebed was het 'Engel des Heren': "Mogen wij door Jezus' lijden en kruis, gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis." Het was rond 12 uur in de middag. Bij de uitvaart was de grote Dom van Wenen te klein om alle mensen te bevatten. Studenten droegen zijn lichaam door de straten van Wenen. Clemens werd begraven op9 km. van Wenen, in Maria-Enzersdorf. Op dezelfde dag tekende de keizer eindelijk het besluit dat de Redemptoristen toeliet in Oostenrijk. Hofbauer heeft dit niet meer mogen meemaken. Kort daarop werd de kerk 'Maria-Stiegen' ('de kerk met de trappen') aan de Redemptoris-ten gegeven, zoals Clemens had gevraagd. In deze kerk rust nu zijn gebeente. De heilige Clemens is uitgeroepen tot stadspatroon van Wenen.

 

Iedere heilige beleeft op eigen manier het evangelie. Het geloof en vooral het godsvertrouwen van Clemens te midden van lijden en zware tegenslagen zijn voor allen een levend voorbeeld. Ook het feit dat hij de concrete mens ernstig nam, en steeds in hem het goede zocht. Clemens heeft de naam gekregen van 'patroon in hopeloze zaken'.

 

En hier een Engelstalige video van de generaal overste over Clemens.