Z. Gennaro Maria Sarnelli

Sarnelli

Sarnelli was een tijdgenoot van Alfonsus: ook Napolitaan en evenens jurist. En net als Alfonsus gaat hij als jong advocaat de zieken in het Hospitaal voor Ongeneeslijken bezoeken. Waarschijnlijk heeft die achtergrond hen beiden een gelijke gevoeligheid gegeven voor de menselijke en pastorale problemen van de maatschappij waarin ze leefden.

Nog voordat hij lid wordt van de Congregatie ontmoet hij Alfonsus. Diens devies: 'het evangelie brengen aan arme mensen' spreekt hem aan. Hij helpt hem bij het opzetten van de Capelle Serotine: een soort basisgemeenschappen van geëngageerde leken, die 's avonds bij elkaar komen en zich inzetten voor de meest verlatenen. Op zijn dertigste jaar wordt Gennaro priester en lid van de Congregatie van de Apostolische Missies. Zijn eerste activiteiten zijn volksmissies op het platteland, en buiten het seizoen van de missies assisteert hij in een stadsparochie van Napels. Daar toont hij de grootste zorg voor in de steek gelaten kinderen, vooral de meisjes, slachtoffers van de ellende en een gemakkelijke prooi voor de prostitutie.

 

Een aantal tijdgenoten die niet bepaald zijn vrienden waren, beschouwen hem als een man met hersenschimmen, die zijn eigen weg gaat, ondanks een wankele gezondheid. In werkelijkheid is hij een persoonlijkheid en een vastberaden man, die warm loopt voor grote en schijnbaar onmogelijke projecten. Daaraan geeft hij zich totaal, met het gevolg dat hij tot de bodem gaat van zijn energie en zijn gezondheid. Men zegt hem dat hij op de eerste plaats moet zorgen voor zijn gezondheid. Maar hij antwoordt: "Als ik daarvoor gekozen had en alleen bij goede gezondheid zou werken, zou ik tot nu toe weinig of niets gedaan hebben."

Toen hoorde hij dat Alfonsus net een stichting was begonnen met als doel de vorming van de plattelandsbevolking door middel van missies en andere pastorale activiteiten, en dat men er leefde in gemeenschap en in strenge discipline. In zijn verlangen naar een grotere toewijding aan God sloot hij zich bij Alfonsus aan, verliet Napels en trok zich terug in Scala. Dat was van augustus 1733 tot april 1736. Inwendig krijgt zijn leven een nieuwe dimensie, maar uitwendig gaat hij door met wat hij al deed: het geven van missies en zijn aandacht wijden aan verwaarloosde kinderen. Maar, schrijft Alfonsus in een korte levensbeschrijving van zijn vriend, 'in april 1736 moesten zijn oversten hem toestaan naar Napels te gaan, zowel vanwege zijn geschokte gezondheid en het klimaat, alsook om zich te kunnen geven aan de belangrijkste activiteiten die hij onder handen had, met name de zorg voor de prostituées in het centrum van Napels. Toch heeft hij ook van daaruit niet nagelaten zijn confraters van de Congregatie bij hun missies te helpen. In Napels heeft hij de rest van zijn leven doorgebracht.'

Sarnelli's werk voor de prostituées is natuurlijk gekenmerkt door de opvattingen van de 18de eeuw. Voor de opdringerige beroepsprostituées preekt hij wel, maar tegelijk insisteert hij bij de burgerlijke overheid op maatregelen van afzondering en opsluiting in ghetto's. Maar zijn aandacht richt hij vooral op de preventie bij nog jonge verwaarloosde kinderen in de armenbuurten. Hij ergert er zich aan dat zoveel kloosters er niets voor doen. Hun internaten worden wel 'conservatorio' genoemd, maar in feite worden daar alleen meisjes opgenomen van de rijkere klassen. Naar de verwaarloosde jeugd kijkt niemand om! Dus doet hij het. Hij weet 16 meisjes in een internaat te plaatsen, en nog veel meer bezorgt hij een uitzet om te kunnen trouwen. 'Omdat zijn uitgaven te groot waren voor zijn eigen middelen, doorkruiste hij heel Napels op zoek naar aalmoezen. Bekend als man van adelijke afkomst, deed hij dat met zoveel weerzin dat hij volgens eigen zeggen het bestierf van schaamte' (aldus Alfonsus). Maar hij deed het.

Bij zijn terugkeer uit Scala in 1736 heeft hij een concreet werkplan, en dat zal hij in zijn verschillende geschriften steeds meer vervolledigen. Zijn intuïtie zegt hem dat een sociale en allesomvattende aanpak van het probleem nodig is. Het is nog geen strikte, sociale analyse; want we mogen niet vergeten dat de grote meesters van de sociologie pas een eeuw later geboren zijn. Maar Sarnelli heeft wel begrepen dat de voornaamste oorzaak van de prostitutie de ellende is, en dat de naastenliefde een onmisbare sociale betekenis heeft.

 

Gennaro is energiek, begaafd, heeft een kritisch oog voor de maatschappij van zijn dagen en grijpt in zijn ondernemingszin naar ieder middel om zijn doel te bereiken. Hij houdt veel ijzers tegelijk in het vuur. Hij neemt volop deel aan de missies, schrijft veel (ook theologische werken), en zet zich met name in voor de verwaarloosde jeugd en de talrijke prostituées in het Napelse. Het enige verschil met Alfonsus is, dat Alfonsus 91 jaar oud werd, terwijl Sarnelli al voor zijn 42ste jaar aan zijn inzet is bezweken.

Hij werd zalig verklaard op 30 juni 1995. Een urn met zijn relieken bevindt zich in de kloosterkerk van Ciorani, destijds gesticht op het terrein door zijn vader geschonken