Z. Franciscus Xaverius Seelos

 
Op 9 april 2000 had in Rome de zaligverklaring plaats van pater Franz Xavier Seelos. Ik kende de hele man niet, maar ik vond in een Amerikaanse kroniek de originele levensbeschrijving uit 1867, kort na zijn dood opgesteld. Daaruit blijkt vooreerst, dat hij de derde van vier confraters is, die tussen 27 september en 6 oktober 1867 in het klooster van New Orleans aan de gele koort zijn overleden. Maar terwijl er voor de drie anderen (overigens allen Duitsers) telkens twee bladzijden aan hun necrologie worden gewijd, is dat voor Seelos wel anders: vijftien bladzijden over zijn voorafgaande leven, vijf over zijn laatste dagen en vijf over zijn deugden. Ik wil u niet met enkel data vermoeien, maar vooral verhalen wat er bij verteld wordt aan authentieks - uit de vorige eeuw.
Franz is geboren op 11 januari 1819 in Füssen, Beieren. Zijn vader is kleermaker en koster. Zijn moeder een verstandige en vrome vrouw. Zij hebben negen kinderen. Rond zijn elfde jaar is Franz telkens ziek; en omdat hij daarbij niet erg sterk is, moet hij maar gaan studeren. De plaatselijke pastoor helpt hem op weg met raad, met latijnse les en met het zoeken naar weldoeners. In 1834 gaat Franz naar het gymnasium van Augsburg, in 1838 naar de universiteit van München voor twee jaar filosofie en een jaar theologie. In 1841 naar het diocesaan seminarie van Dillingen. In dat jaar vestigen zich de redemptoristen in de streek: in Altötting. Hij vraagt hun om in Amerika onder de Duitse emigranten te mogen werken. Als hij uit de VS die toelating op schrift krijgt, gaat hij naar Altötting om zich op zijn reis voor te bereiden, en neemt hij schriftelijk, niet persoonlijk, afscheid van zijn ouders. Want 'wie de hand aan de ploeg slaat, moet niet omzien' (!). Op 18 april 1843 arriveert hij in New York. Overste is daar p. Alexander Czvitkovicz, de stichter van Wittem. Seelos wordt de eerste novice in de VS. 16 mei 1844 legt hij in Baltimore zijn geloften af, en 22 december 1844 wordt hij daar priester gewijd.
 
Al in de eerste maanden daarna wordt van hem gezegd, dat hij steeds in de biechtstoel te vinden is en daar een bijzondere goedheid toont; en dat hij heel helder en eenvoudig is in zijn preken. Een pater verwijt hem eens heftig dat hij in zijn preken graag 'fabeltjes' vertelt ontleend aan openbaringen van vrome zielen. Seelos antwoordt hem geduldig, dat hij ervan overtuigd is dat de mensen meer hebben aan vroomheid dan aan filosofische scherpzinnigheid. (Wel waar natuurlijk, maar...) In mei 1845 wordt Seelos benoemd tot kapelaan in Pittsburg, de eerste twee jaar bij de intussen reeds heiligverklaarde John Neumann als pastoor en overste. De mensen spraken na twintig jaar nog van 'die gouden tijd'. Dan wordt Seelos in 1851 voor drie jaar zelf overste. In die tijd noemen niet alleen leken, maar zelfs de confraters hem een heilige. 'Hij is bijzonder ijverig, een bidziel, zelfvergeten, vriendelijk voor anderen en streng voor zichzelf, geliefd bij de mensen maar ook bij zijn medebroeders en vooral bij zijn oversten'. Bij de driejaarlijkse benoemingen van 1854 wordt p. Seelos benoemd tot rector in Baltimore en raadsman van de provinciaal. Hij krijgt er ook de zorg over drie kerken, waarvan de eigen redemptoristenkerk bovendien druk wordt bezocht als enige Duitstalige in de stad. Ook hier weer hetzelfde: veel preken en veel biechtelingen. Daarnaast heeft hij ook grote zorg voor de armen. Het jaar 1855 is voor hem bijzonder zwaar. De Provinciaal moet dat jaar naar het Generaal Kapittel in Rome. Het mede-raadslid van Seelos, p. Rumpler, begint in die tussentijd te lijden aan dementie. Dus staat Seelos er alleen voor. Hij brengt hem naar het klooster van Annapolis, en houdt meteen na zijn terugkeer op zondag een indrukwekkende preek. Voor de mensen een verademing omdat ze van p. Rumpler zo'n strenge manier van preken gewend waren. 'Vanaf die tijd won p. Seelos veel jongeren voor zich. Niet alleen zijn woorden, maar ook zijn voorkomen en zijn houding straalden vertrouwen en overtuiging uit.' Op 7 maart 1857 wordt hij getroffen door een longbloeding. Een maand lang is hij uitgeschakeld. 'Maar evenals in zijn drukste dagen als pastoor hield hij zich aan zijn vaste uren van gebed en geestelijke lezing, en aan zijn praktijken van vroomheid en versterving'. Om hem te sparen, haalt de provinciaal Seelos op 17 april 1857 weg uit Baltimore en benoemt hem tot studentenprefect, want er zijn problemen ontstaan in het studiehuis. Hij staat er voor de zware taak om onder de studenten de tucht en de religieuze geest te herstellen, en enkelen moet hij wegsturen. Daar heeft hij vijf jaren met succes aan gewerkt. Verder streeft hij ook naar soliede wetenschap, en zelf geeft hij er les.
 
Na vijf jaar wordt er een buitengewoon beraad gehouden door de oversten. Hoewel ze pater Seelos voor een verdienstelijk man houden, vinden sommige paters hem toch minder geschikt om aan de jongelui die geest door te geven die de oudere paters in de congregatie hebben opgedaan. Want, zeggen ze, pater Seelos heeft zijn theologische studies vooral buiten de congregatie gemaakt en nooit heeft hij deelgenomen aan het gewone leven in een communiteit. Dan gaat de kroniek verder: 'De opleiding van Wittem was al jarenlang beroemd omdat daar de jeugd van de congregatie niet alleen in de geest van de Allerheiligste Verlosser werd gevormd maar ook in alle disciplines van de gewijde wetenschap. De beroemdste mannen in de congregatie kwamen voort uit die school. Dus vonden enkele paters dat men voor het toekomstige welzijn van de Amerikaanse Provincie niets beter kon doen dan daar iemand te zoeken. De Generale Overste was het met die wens eens. Pater Gerard Dielemans werd uitgekozen. Die blonk niet alleen uit door zijn bijzondere begaafdheid en wetenschap, maar was ook negen jaar studentenprefect en lector in Wittem geweest. Toen pater Seelos van de nieuwe prefect uit Europa hoorde, toonde hij zich niet gepasseerd, maar bekende eenvoudig zijn ontoereikendheid.' Op 17 november 1862 arriveert p. Dielemans en neemt het prefectschap over. Verschillende studenten zijn niet blij met deze verandering omdat ze terecht veronderstellen dat de nieuwe prefect gewaarschuwd is omtrent hun instelling. Maar op verstandige wijze door p. Seelos aangespoord aanvaarden ze hem. Ze winnen zelfs het hart en de achting van hun nieuwe prefect, zodat deze later verklaart 'dat hij nooit jonge mensen heeft aangetroffen die meer hielden van hun heilige roeping en meer gevormd waren in soliede deugd dan die van onze provincie. Hij had maar weinig te hervormen. 'Zo werd de goede naam van p. Seelos en van de studenten door de benoeming van de nieuwe prefect niet geschaad, maar integendeel bevestigd door dit getuigenis.' 
 
In september 1863 wordt p. Seelos rondtrekkend predikant en hoofd van het volksmissie-team. 'Hoewel hij het engels maar weinig perfect uitsprak, maakten zijn preken niet minder indruk op de toehoorders. Voor de zwaardere onderwerpen was hij minder geschikt; hij sprak beter over zaken die het vertrouwen opwekken zoals Gods barmhartigheid en de schutse van Maria. Zijn katechismusuitleg voor volwassenen en kinderen muntte uit door helderheid en een wonderlijke zachtheid. Maar vooral werkte hij zeer vruchtbaar in de biechtstoel. Zijn biechtstoel werd op alle missies door een lange rij van penitenten belegerd.'
 
In september 1866 wordt Seelos aan New Orleans verbonden. Onder de confraters had dat huis in die tijd een slechte naam vanwege het regelmatig voorkomen van besmettelijke ziekten. De rector, zijn voormalige novice, ontvangt hem met liefde en respect; en hij van zijn kant is gelukkig dat hij deze pater mag gehoorzamen. Als uit een voorgevoel zegt hij meer dan eens dat hij al aan alle huizen van de provincie verbonden is geweest, maar dat dit ene klooster hem nog restte om er te sterven. Maar niemand gelooft dat dit zo spoedig zal gebeuren. Een heel jaar lang zoeken mensen van alle kanten hem op voor een biecht of voor een woord van troost, zowel duits- als frans- en engelstaligen. Maar dan, op 17 september 1867, verschijnt pater Seelos tegen de gewoonte in vermoeid, bleek en terneergeslagen aan tafel. Hij had de rector verlof gevraagd om een arme koortslijder te bezoeken om hem met God te verzoenen. Nu vertoont hijzelf de tekenen van de gele koorts, ook wel de negendaagse koorts genoemd. De rector beveelt hem onmiddellijk naar bed te gaan. Als de gelovigen dat horen, begint men overal te bidden voor zijn gezondheid. Drie kranten berichten tijdens zijn ziekte over zijn toestand. De negende dag brengt geen verandering. De dokter stelt vast dat één long niet meer functioneert. Gezien de zwakte van de patient, durft hij geen zwaardere medicamenten voor te schrijven. In de derde week begint de pater te ijlen. Hoewel hij onsamenhangende dingen zegt, blijkt wel wat hem heel zijn leven heeft bezig gehouden. Hij heeft het over de kerk, over bidden, over retraite.
Kort na middernacht van 2 oktober lijkt zijn einde te naderen. Alle paters en broeders die zelf niet ziek zijn, worden samengeroepen om de gebeden voor de stervenden te bidden. De zieke herhaalt de gebeden met zachte stem. Dan houdt hij nog een korte toespraak over hoe goed het is, in de congregatie te sterven; en hij vraagt vergiffenis voor zijn slechte voorbeeld. Waarop een van de paters uitroept: "What will become of us poor devils, if a saint speaks thus?" Twee dagen later, op het feest van Sint Franciscus, nodigt de rector de paters en broeders uit om hun gezamenlijke meditatie op de kamer van p. Seelos te houden. Als ze binnenkomen, lijkt hij buiten bewustzijn; maar zodra hij de gemeenschappelijke gebeden hoort, begint zijn gezicht te stralen. Later op de dag worden de huisgenoten gewaarschuwd dat het uur van sterven is aangebroken. Omdat hij er zo tevreden bij ligt, beginnen er een paar Marialiedjes te zingen waar de pater zo van hield als "Milde Königin", en onder dit zingen geeft pater Seelos de geest, tien minuten voor zes in de avond, op het feest van zijn patroon, sint Franciscus, 4 oktober 1867. De volgende dag is de uitvaart in de kerk. Een grote menigte is samengekomen. Aan het lichaam van de overledene strijken de mensen hun rozenkransen en dergelijke aan. Bij deze gelegenheid gaan er 1140 mensen te communie. Zijn lichaam wordt in de kerk begraven dicht bij het altaar van Sint Alfonsus.
 
Bekijk ook de Engelstalige Video van het generaal bestuur over de Zalige Franciscus Xavier Seelos