VelychkowskyjZalige Vasyl Vsevolod Velychkovskyi

 

Vasyl Vsevolod Velychkovskyi (Wasyl Welitsjkowskyj) werd geboren op 1 juni 1903 in Stanislawiw. In 1920 ging hij naar het theologisch seminarie van L'viv. Daar leerde hij de redemptoristen kennen en zo trad hij als diaken bij hen in en werd op 9 oktober 1925 priester gewijd. Meer dan 20 jaar gaf hij missies aan de eenvoudige bevolking van OekraÔne. Hij zette zijn werkzaamheden voort, ook gedurende de eerste sovjetbezetting. De regering durfde hem niet aan te pakken uit angst voor de reacties van het volk. Zo groot was zijn faam. Samen met heel de Grieks-katholieke hiŽrarchie werd ook hij op 11 april 1945 gearresteerd. Het proces vond plaats in Kiev en duurde bijna twee jaar. Hij werd ter dood veroordeeld door de kogel. Terwijl hij drie maanden wachtte op zijn terechtstelling wijdde hij zich aan zijn medegevangenen. De straf werd gewijzigd in tien jaar cel. In 1955 kwam hij vrij, lichamelijk totaal geruÔneerd. Hij ging terug naar L'viv, waar hij in het geheim zijn pastoraat uitoefende.

 

In 1959 werd hij door Rome benoemd tot 'bisschop van de Zwijgende Kerk'. Vanwege de moeilijke godsdienstige situatie in de Sovjet Unie kon hij pas vier jaar later in 1963 in Moskou in een hotelkamer door Bisschop Slipyj in het geheim bisschop worden gewijd. In januari 1969 werd hij weer gearresteerd en tot drie jaar opsluiting veroordeeld. Na een paar maanden ontdekte men dat hij een zware hartkwaal had, met bronchitis en longontsteking. Op 27 januari 1972 kwam hij vrij. Zijn commentaar: "De gevangenissen en de werkkampen hebben mijn gezondheid verwoest, maar ja, dat is mijn kruis dat de Heer me zelf op mijn schouders heeft gelegd."

Na zijn bevrijding wilden de Sovjetautoriteiten niet dat hij naar L'viv terugkeerde. Na een kort verblijf in JoegoslaviŽ ontmoette hij in Rome kardinaal Slipyj en Paus Paulus VI. Op 15 juni 1972 vertrok hij naar Canada, waar hij op 30 juni 1973 gestorven is.

Wasyl Welitsjkowskyj werd door Paus Johannes Paulus II tijdens zijn reis naar de OekraÔne op 27 juni 2001 (samen met 27 andere martelaren) zalig verklaard.